Elizabeth Polak is niet de enige die ontslag neemt. Ook haar collega L. Kaufmann kondigt haar ontslag aan. Ik vermoed dat zij een van de leidsters was, maar over haar heb ik niets kunnen terugvinden. De nieuwe hoofdleidster wordt Mejuffrouw M. van Stedum. Mogelijk werd zij al in december 1927 benoemd, dat is praktisch gelijktijdig met het ontslag van de beider dames Polak en Kaufmann (bron: Maandblad vanden Joodschen Vrouwenraad). Een voorbeeld van snel handelen. Zelf schrijft zij in het door haar geschreven eerste Jaarverslag dat zij per 1 maart 1918 werd benoemd.
Aankondiging ontslag van Mej. Polak en collega met vermelding nieuwe hoofdleidster, bron: Maandblad van den Joodschen Vrouwenraad te Amsterdam, jrg 6, 1928, no. 2, 1928
Van haar heb ik wel de nodige gegevens. Het gaat om Marianne Kaatje van Stedum: geboren te Amersfoort op 12 april 1889, zij werkte later, in de bezettingstijd, als sociaal werkster namens de Joodse Raad (Zie haar archiefkaart) Op haar gezinskaart (M.K. van Stedum) is zij nog ‘jeugdleidster’. Zij woonde aanvankelijk in de Koestraat 7 huis, later naar Binnenkant 50 – I om daarna te verhuizen naar de Ruijschstraat 44 bhs. In juni 1943 verhuisde ze naar de Retiefstraat 73 I.
Archiefkaart van Marianne Kaatje van Stedum, bron: Indexen SAA
Bij deze een citaat uit het boek van J. Presser over haar (via het Digitaal Joodsmonument: “Marianne van Stedum, sociaal werkster bij de Joodse Raad, komt uit de historische bronnen naar voren als een heilige, zo schrijft de historicus Presser. Als voormalig dienstmeisje kende zij de behoeften van de armen en wist zij zeer velen te helpen in die donkere tijd. Nadat zij was opgepakt, kreeg de Joodse Raad de verzekering van de Zentrallstelle dat Marianne gesperrd zou worden, en dus vrijgesteld van verder transport. Later bleek dat deze Sperre niet aan Westerbork was doorgegeven. Twee keer werd Marianne daar nog uit de trein gehaald, de derde keer ging ze wel mee. Ook omdat ze haar moeder op het sterfbed beloofd had haar zus niet alleen te laten.” Bron: Dr. J. Presser, Ondergang: de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 I (Den Haag 1965) 399-400.
Terug naar de INHOUDSOPGAVE