Ronald Linger (marketing en promotie) over Paradiso 50 jaar

Paradiso
Ronald Linger

Ronald Linger

‘Ik doe de old school-promotie.’
Volgens ‘old school’ promoman Ronald Linger bestaan er ‘verschillende Paradiso’s.’ De wereld is veranderd, en iedereen kijkt er op zijn eigen manier tegenaan. Een ding blijft onveranderd: er worden nog steeds posters geplakt op straat en in cafés. De generatie van de ‘niet-voor-100%-digitalen’ leeft nog minstens 30 jaar aldus Linger. Voorlopig kan zijn brigade van plakkers dus nog wel even voort in de stad.

Woensdag Gehaktdag
Zijn eerste keer Paradiso was als kind op een alternatief sinterklaasfeest. ‘Dat was in de begintijd van Paradiso. Mijn broertjes en zusjes waren ook mee. Ik weet niet of zwartepiet erbij was,’ zegt hij geinig, hintend naar de bekende discussie. Zijn eerste concert was een punkavond. ‘Woensdag Gehaktdag heette dat. Ivy Green speelde toen… en Speedtwins geloof ik. Ik zat middenin die punkscene. Daarom ook ging in naar Paradiso. Dat trok me aan en maakte me nieuwsgierig. Die woensdagavonden met punkbandjes werden georganiseerd door Fer Abrahams [van Muziekkrant OOR]. Ik ging elke week.’

De roadies van Joy Division
Favoriete optredens uit die punktijd weet hij met gemak op te noemen: The Ramones (een heleboel), Joy Division (maar eentje), Wire (een tumultueuze show), The Dead Kennedys (het enige concert in de originele bezetting). ‘Wat me van Joy Division is bijgebleven is dat hun roadies er net zoals de zanger uitzagen, met kort geknipt haar en gekleed in een pullover. Héél Engels. Ze waren niet de standaard dikke mannen met lang haar in een leren jasje en met sleutelbossen aan hun broekriem.’

‘Jozsef Horváth: Totally Wired’
‘Ik herinner me ook nog een concert van Wire. Die nummers van hun debuutplaat Pink Flag (1977) duurden maar twintig seconden tot een minuut. Na 20 minuten was het optreden al voorbij. Ze hadden al hun liedjes gespeeld, misschien nog wel meer dan op die plaat [waar er 21 op stonden]. Maar goed, ook als je veertig korte liedjes speelt, ben je snel klaar. Het publiek trok dat niet. Ze hadden zeven gulden vijftig of een tientje betaald. Ze begonnen aan de snoeren van de backline te trekken. Alles werd de zaal ingetrokken. Je had nog geen security. Nu heb je ex-militairen of commando’s met kogelvrije vesten. Toen had je alleen Ton [Lebbink], de portier, en “Rode Reneetje” [René Poetskoker] om klappen uit te delen. Maar als honderd man loos gaan, nou dan weet je het wel.’ De legendarische Paradisofiguur Jozsef Horváth – lang haar in brede scheiding, ruige baard, lange leren jas – probeerde de meubelen nog te redden, zo goed en zo kwaad als dat ging. ‘Maar hij viel en raakte helemaal verstrikt in die kluwen snoeren. Samen met het drumstel heeft Jozsef zo drie rondjes door de zaal gemaakt. Totally Wired!’

Andere tijden
Ronald kijkt er nu ook vanuit het perspectief van onze tijd tegenaan. ‘Het waren echt andere tijden. Paradiso had nog iets van een jeugdhonk. Je was hier gewoon iedere avond. Tegenwoordig gaan mensen heel gericht uit. Toen niet. Ik ging er gewoon heen om te hangen. Na elven lieten ze je gewoon binnen. We zaten vaak een beetje te klieren. De directeur liep soms rond als een schoolmeester: “Jongens, gedraag je.” Die dopedealer die er vroeger zat in de coffeeshop, boven waar nu de merchandise zit, was belangrijker dan de directeur. Daar boog iedereen voor als die binnenkwam met zijn gevolg. Met het professioneler worden van Paradiso is die man met z’n handeltje ook verdwenen. Dat kon niet meer.’

Amsterdammertje tussen de deuren
Andere tijden inderdaad. Zonder kaartje binnenkomen, kon ook nog. Ronald heeft het allemaal gedaan. ‘Ik heb met een grote groep de deuren opengebroken bij concerten. We staken een Amsterdammertje tussen de deuren. Dan ging je zo met een vijfenzeventig man naar binnen. Dan werd ik er uitgeflikkerd en kreeg een toegangsverbod van een half jaar. Ik was de enige donkere punk, dus ik viel enorm op. Ik was altijd de lul. Dat was zwaar dat ik mijn clubhuis niet in mocht. Ik heb me ook nog weleens verstopt, boven waar vroeger dat orgel zat, vier uur voor een optreden van The Stranglers. Op straat stonden toen altijd Surinaamse hosselaars om de Duitse toeristen “op te vangen”. De grootste van die club heeft Paradiso in dienst genomen, om een onderhandelaar achter de hand te houden voor als het misging.’

Warm pleidooi voor old schooI-promo
In 1999 is Ronald de gelederen van Paradiso komen versterken. ‘Ik deed toen hetzelfde als nu. Ik heb niet veel progressie gemaakt in al die jaren, haha,’ blikt hij vol zelfspot terug op zijn loopbaan. ‘Ik zet de straatcampagnes uit. Ik bel de wildplakkers en de [officiële] verspreiders. Ik doe de old school-promotie,’ doet hij uit de doeken. ‘Iedereen zit maar in een digitale trip, maar het is hartstikke belangrijk en ik denk dat het zelfs steeds belangrijker wordt.’ Hij krijgt het voordeel van de twijfel, want hij doet zijn voorspelling op de dag van de grote stroomuitval in de buurt van Paradiso in de maand dat het 50 wordt. Alles is stilgevallen. Geen stroom, geen computers waar alles op draait. Er kan niet eens gebeld worden naar receptie met de vraag of de show wel doorgaat. ‘Zie je wel? Dát bedoel ik,’ zegt hij veelbetekenend.

‘Daarbij krijg je door internet vaak veel te veel informatie, waardoor je de helft mist. Posters en flyertjes zijn een rustpuntje. Die digitale jongens kunnen dan wel claimen dat het niet meer nodig is en dat het een stoffige vorm van promotie bedrijven is, maar ik denk daar heel anders over. En zij zien dat ook wel. De oudere generatie is veel minder van de sociale media. Voor twintigers mag het lezen van kranten en het kijken van tv stoffig overkomen, maar ik denk dat die oudjes nog zeker 30 jaar voortleven in het stof. Voor die lui moet je informatie op de traditionele manier blijven aanbieden. Het is en en, niet of of. We zijn er nog, we zijn nog niet uitgestorven. Daar moet je niet op willen vooruitlopen.’ Hij lacht zich gek.

Tellen en bellen
Hoe gaat die distributie van posters door de stad eigenlijk? ‘Ik tel en bel,’ vat hij het proces bondig samen. ‘Ik tel de posters uit en bel de plakkers. Wildplakken wordt steeds minder belangrijk, omdat het op veel plakken niet meer mag. Af en toe wordt er flink gehandhaafd. Het scheelt ook nog eens per stadsdeel. Overal is er sprake van eigen beleid. “Centrum” is heel streng, dus daar komen we al helemaal niet eens meer. Regelmatig worden we aangeschreven. Meestal blijft het bij een boete. Er zijn natuurlijk nog plakzuilen over en frames. Daar mag het wel.’

De Essink route
‘Vroeger was er een ouwe man – meneer Essink - op een brommer, die ging met posters de hele stad af, naar die bruine cafés, supermarkten en wasserettes met van die wandjes om vol te behangen. Die man heeft het tientallen jaren gedaan, ook voor Paradiso. Die ouwe Essink had een monopoliepositie bereikt. Toen hij met pensioen ging, heeft hij zijn netwerk voor een goede prijs verkocht aan een reclamebedrijf. Iedereen wou dat natuurlijk hebben. We noemen dat nog steeds de “Essinkroute”, terwijl hij al tien jaar weg is. Tegen betaling verspreidt zijn opvolger, De Flyerman, tegenwoordig Paradiso’s concertposters.’

‘Plakoorlogen’
Ronald kan smakelijk vertellen hoe verschillende partijen elkaar proberen ‘weg te plakken’ op straat. ‘Er zijn complete “plakoorlogen’ gevoerd. Met fysiek geweld. Wat een toestanden allemaal!’ Hij schudt zijn hoofd van ongeloof dat zulks in de moderne tijd nog kon gebeuren. ‘Ik herinner me nog een bedrijfje uit Den Haag dat alles wilde overnemen en agressief alles wegplakte. Dan bezigden ze teksten als: “Wij zijn de plakmaffia. Dit is nu van ons.” Met stokken gingen ze elkaar te lijf. Het is de laatste tijd rustig hoor.’

Zetje in de rug geven
Voor grote namen hoeft er nauwelijks geplakt te worden. Vooral programma’s die nog een zetje in de rug nodig hebben of een nieuwe vormgeving moeten promoten, worden op straat ondersteund. ‘London Calling heeft bijvoorbeeld een nieuw design. Daar moeten we de mensen dan aan laten wennen. We Love ‘80s had wat extra steun nodig, maar dat kent nu een opleving en verkoopt de laatste tijd weer uit.’ Aan de buitenmuren van het Paradisopand plakt ons plakopperhoofd overigens zelf de concertposters. Plaatjes draaien doet hij ook. Vaak samen met de jeugd. Dat was die haast nog vergeten te vertellen. ‘Heerlijke tent!’ besluit hij lachend zijn uitgebreide terugblik op zijn persoonlijke historie in Paradiso.

Tekst door: Robbert Tilli

All rights reserved

256 keer bekeken

No remarks

Add your reaction