‘De Jodenbuurt’

Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Nieuwe Uilenburgerstraat
Prentbriefkaart van straathandel in de Houtkopersdwarsstraat in de Amsterdamse Jodenbuurt, ca. 1906. Bron: collectie Jaap van Velzen: Joods Historisch Museum.

Prentbriefkaart van straathandel in de Houtkopersdwarsstraat in de Amsterdamse Jodenbuurt, ca. 1906. Bron: collectie Jaap van Velzen: Joods Historisch Museum.

 

Ik heb een belangrijk deel van mijn jeugd in de buurt gewoond die tegenwoordig wel de Oude Jodenbuurt wordt genoemd. Die naam gebruikte ik vroeger niet. In mijn herinnering spraken we van de Uilenburgerbuurt. Het was wel zo dat er veel Joodse mensen in deze buurt woonden. Mensen wilden vooral wonen waar zij zich thuis voelden. Zo kreeg je dus veel Joodse mensen bij elkaar, mensen met kapsones woonden liever in de Concertgebouwbuurt.

De vernieuwde Uilenburgerbuurt, bron: SAA.

De vernieuwde Uilenburgerbuurt, bron: SAA.

Ik vond de uitspraak van die mensen zo mooi. Misschien dat ik daarom nog zoveel kan herinneren van die tijd. In die tijd kwam ik best veel bij mijn Joodse vriendjes en vriendinnetjes over de vloer, bijvoorbeeld in de Dijkstraat. Het gesprek ging dan als volgt: ‘Ach wat ben je toch een sjiwwes van een kind, wil je hier slapen?’ Dat wilde ik dus eigenlijk wel, ik vond het allemaal prachtig. Dan gingen we met z’n allen op de grond liggen en dan kregen we een lap, meer een vod, over ons heen. Er waren niet veel mensen die echte (dure) dekens hadden.

Van de oude Joodse winkels kan ik me eigenlijk niet veel herinneren. Wel weet ik nog van de kippenplukkerij, op Uilenbrug. Van levende kippen werd een heel klein beetje de nek afgesneden. Daarna werd de kip op de grond gezet. Gek was dat de kippen dan achteruit gingen hollen.

Brutale Coba achter haar viskar, circa 1935  Bron: JHM.

Brutale Coba achter haar viskar, circa 1935 Bron: JHM.

Brutale Coba, de visvrouw uit de Vissteeg (Houtkopersdwarsstraat) is mij nog wel bekend. Mijn vader maakte vaak geintjes met haar: ‘Hé Tinus, hoe is het nou, gaan we nou nog eens uit’, riep ze vaak naar mijn vader. Ook de stal met lever kan ik me nog wel herinneren, ongelardeerde lever. Verder had je natuurlijk de zuurkar, die verkocht weer andere dingen, zoals uitjes in het zuur en ‘tsjomtsjommer’ (=komkommer).

 

All rights reserved

301 keer bekeken