Het valt niet mee om in het kort aan te geven wat de doelstelling of doelstellingen waren van De Zwaluwnesten. Uit de artikelen die ik heb gevonden blijkt dat deze steeds breder werden. De meest uitgebreide omschrijving vond in bij de opening van de tweede locatie in de Transvaalbuurt in 1931. Ik neem hier de korte versie over uit het al eerder genoemd Maandblad van den Joodschen Vrouwenraad (vergelijk die met het genoemde doel in verhaal 2 - 1925): “De Commissie voor de Zwaluwnesten (samengesteld uit bestuursleden van de Mij. tot Nut der Israëlieten in Nederland, Ver. ter Bescherming van Joodsche Meisjes en van den Joodschen Vrouwenraad). "De Zwaluwnesten is een club voor jonge Joodsche arbeidsters op ateliers, fabrieken en magazijnen, geleid volgens het systeem der vrije jeugdvorming, waar de meisjes haar vrijen tijd in een gezellige, goede omgeving kunnen doorbrengen; zij kunnen er tevens onderwijs ontvangen in door hen zelf gekozen vakken. Onder goede leiding tracht men haar te maken tot moreel krachtige menschen en goede Jodinnen.” Bron: Maandblad van den Joodschen Vrouwenraad te Amsterdam, jrg 4, 1926, no. 10, 1926
De eerste activiteiten
Gezien de problemen die ik schetste in de voorgaande verhalen was het niet verwonderlijk dat men pas medio april 1928 van start ging. Eigenlijk gaat het om een herstart! Besloten werd om de eerste groep meisjes te beperken tot 25. Marian van Stedum schrijft dat het om de 25 ‘beste meisjes’ ging. Met terugwerkende kracht zou je dit een motie van wantrouwen kunnen noemen van de eerdere leidster. Zelf noemt ze dit een meer dan verstandig besluit. Beginnen met een kern om vandaaruit verder te bouwen. Samenwerken was het parool, het opfleuren van de locatie, zorgen voor huiselijkheid en een goede stemming.
Voorblad van het Maandblad van den Joodschen Vrouwenraad, februari 1928.
De oudste meisjes kregen een bestuurstaak. zij werden benoemd tot voorzitter, penningmeester enzovoort. Ook kregen zij de leiding over een bepaalde activiteit zoals de handwerkclub. Maar voor het systeem van Vrije Jeugdvorming waren zij nog geschikt geacht, onvoldoende onderlegd. Jeugdzorg en Vrije Jeugdvorming stonden toen echt nog in de kinderschoenen. Een goede omschrijving, laat staan een definitie, valt eigenlijk niet te geven. In 1928 verschijnt wel het eerste jaarboekje ‘Der Vrije Jeugdvorming’ uitgebracht door het Ned. Jeugdleiders Instituut. Het lijkt erop alsof dit vooral bedoeld is voor jeugdleiders, niet voor de hier de deelnemende jeugd. Het lijkt te gaan om aanvullend onderwijs aan de niet meer leerplichtige jeugd, uit vrijwillige beweging.
Terug naar de INHOUDSOPGAVE