De Sloop
In het najaar van 1935 wordt begonnen met de sloop (in de kranten vaak aangeduid als ‘de sloping’). De toestand van het Panoramagebouw in de Plantage Middenlaan is zo slecht dat stormvlagen een groot gevaar voor aangrenzende huizen en hun bevolking betekenen.
Het Panoramagebouw wordt gesloopt, bron: Alg. hand. van 25 april 1935
De exacte aanvangsdatum van de sloop is niet goed te traceren, maar het moet ergens in de tweede helft van augustus 1935 zijn geweest. Maar het grote wachten is op de sloop van de immense koepel. Het moet een bijzonder spektakel zijn geweest, vele krant hebben op zijn minst een foto van de laatste ogenblikken van de koepel.
Vandalisme door scholieren, De Avondpost van 7 juli 1935
In het Algemeen Handelsblad van 15-10-1935 een uitgebreid verslag van de sloop van de Panoramakoepel. In het verslag worden alle veiligheidsmaatregelen besproken. Zo mochten bewoners van de Plantage Prinsengracht niet voor hun ramen staan en werd de omgeving van het perceel afgezet. Dit om te voorkomen dat bewoners en omstanders geraakt zouden worden door eventueel wegspattende stukken steen. Ook werden de bewoners, ‘de oudjes’, van het directe nabijgelegen Sint Jacobsgesticht tijdelijk elders ondergebracht. Het artikel eindigt met: “Een doffe slag weerklonk en een lichte stofwolk steeg op boven de dikke ronde muren, te midden waarvan de ijzermassa lag. Het torentje met de kroon, die beiden van hout zijn, stond min of meer scheef en gekraakt boven de wirwar van verwrongen metaal. De berekeningen hadden niet gefaald: de laatste voorstelling in het Panorama gebouw was een succes geweest, ofschoon het schouwspel niet haalde bij dat van het vallen van dien anderen koepel op het Frederiksplein, die in een poel van vlammen ten onder ging en waarvan men den slag tot buiten de grenzen van de stad hoorde. Zo is in de Plantage een herinnering aan het Amsterdam van de vorige eeuw verdwenen en straks zal er een schutting komen, die vele jaren zal blijven staan, die bij storm zal omwaaien en die de brandweer dan weer overeind zal zetten, aldus vele malen achtereen.”
Tijdelijke beplanting terrein Panoramaterrein, bron: De Standaard van 11 feb. 1936
Heimwee?
Na de sloop wordt met enige weemoed teruggekeken op alle andere mooie gebouwen die zijn verdwenen. Zoals de Parkschouwburg, het Paleis voor Volksvlijt, het Tolhuis, de Slatuintjes, Flora, Oud-Roozenburgh en de Roomtuintjes tot het verleden behoren (bron: Algemeen Handelsblad van 09-04-1936). Het enige dat de gemeente nu nog had kunnen doen, was om zo snel mogelijk een bestemming te vinden voor de leeggevallen ruimte. Maar meer dan een ‘tijdelijke beplanting’, komt er niet. Alle plannen die er waren om dit gebied ‘in te vullen’, er komt niets van terecht.
De aanblik van na de sloop, bron: De Tribune van 14 feb. 1936
Pas in 1957 komt er vanuit de gemeente een nieuw voorstel. Zou het Panoramaterrein niet geschikt gemaakt kunnen worden voor de bouw van kantoorpanden? Die vraag komt overigens van de wethouder van Publieke Werken G. van ’t Hull, ook namens zijn ambtgenoot voor de Volkshuisvesting. Zijn idee wordt doorgespeeld aan de directeur Publieke Werken, de heer A. van Walraven. Die serveert het plan keurig af in een brief met als onderwerp: ‘Bebouwing Panoramaterrein en Parkschouwburgterrein. In zijn opvatting kan dit terrein nooit gebruikt worden voor kantoorgebouwen. (zie afbeelding brief)
Brief DPW over bebouwing Panormaterrein terrein b 1957 - Bron SAA.
Tot slot is er in 1968 is er nog wel de melding dat er op het voormalige terrein van het panoramagebouw een monument komt ter nagedachtenis van Gerrit van der Veen (aanslag Bevolkingsregister). Dat is inderdaad gebeurd en ook het plantsoen is nog in redelijke staat.
Monument voor het Kunstenaarsverzet - Gerrit van der Veen, bron: Wikipedia