Bewaarschool voor Israëlitische Minvermogenden (1849 – 1912), deel 3

Alleen maar lof voor de Bewaarschool voor Israëlitische Minvermogenden

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Rapenburgerstraat
Openbare les op de Bewaarschool. Bron: De Geïllustreerde Joodsche Post van 7 juli 1912.

Openbare les op de Bewaarschool. Bron: De Geïllustreerde Joodsche Post van 7 juli 1912.

Het NIW is erg ingenomen met deze instelling. Dat blijkt zeker ook uit een lang artikel uit 1867. Het is zo lovend dat er m.i. mogelijk sprake is van een vorm van beïnvloeding. Beïnvloeding om toch vooral de officiële instanties warm te maken voor meer subsidie?

Een fragment:

“Wij willen thans slechts onzen lezers verzoeken ons in hunne verbeelding te volden naar de Rapenburgerstraat, naar een instelling, de schoonste, doeltreffendste en meest geslaagde van alle filantropische ondernemingen, die als de vruchten dezer eeuw mogen worden geroemd. Wij bedoelen.... de plaats waar diezelfde nooddruftigen en armen hunne kleinen gedurende den ganse dag; kunnen doen beschermen tegen de nadelige invloeden van lucht en weder, waar zij verpleegd, gelaafd en onderricht worden op een wijze even humaan als godsdienstig. leder onzer kent haar; ieder kan dagelijks honderden arme schepseltjes daarheen zien leiden; ieder kan elke zondag en woensdag, op bepaalde uren, de inrichting bezichtigen, de wijze waarop een duizendtal kleinen nuttig en aangenaam bezig wordt gehouden, bewonderen; niemand zal hare lokalen onvoldaan en onbevredigd verlaten; de enige opmerking, dat de ruimte voor dat getal kleinen wel wat beperkt mag heten, zal weldra ophouden te bestaan. Immers de instelling wordt vergroot met den grond van twee belendende percelen, en met deze verenigd, belooft zij een sieraad der stad te zullen worden. Neen, zij belooft het niet te worden door de uiterlijke glans, die zoo dikwijls verblindt, zij is het reeds door hare inrichting, door haar nuttig werken gedurende een ongeveer 20-jarig bestaan.”

          NIW 15-11-1867

In hetzelfde artikel spreekt het NIW in ieder geval haar tevredenheid uit over de toegezegde steun door de NIHS (een jaarlijkse subsidie). Het is te danken aan de initiatiefnemers dat er, na de aarzelende start met hooguit 40 à 50 kinderen in 1849, nu in 1867 al gedacht wordt aan een uitbreiding tot 1300 à 1500 kinderen!

En het gaat niet alleen om onderwijs. Elk jaar krijgen ongeveer 300 kinderen de nodige kledingstukken. Dit alles mogelijk gemaakt door de vele vrijwillige bijdragen. Of zoals de schrijver van het genoemde artikel formuleert:

“De ene weldaad baart de andere, zeiden onze wijzen, en dit zien wij aan de genoemde instelling weder bevestigd.”

Met de groei neemt ook de behoefte aan meer ruimte toe. De daarvoor benodigde financiën komen o.a. uit leningen (meerdere keren staan er advertenties in het NIW) en de subsidie van de NIHS. Werd er in 1867 nog een subsidie van ƒ 500 per jaar verstrekt, in 1877 is dit inmiddels opgelopen tot ƒ 2000!

In het NIW van 23 maart 1877 citeert de krant uit “…het verslag van den toestand der Ned. Israël, hoofdsynagoge te Amsterdam”. Daarin wordt de ƒ 2000 genoemd, maar ook dat er werkzaam zijn: 1 directrice, 18 onderwijzeressen en 4 helpsters. De totale kosten van de school zijn geraamd op ƒ 5.600.

Terug naar de Inhoudsopgave.

Alle rechten voorbehouden

9 keer bekeken