Oprichting en begin van Paradiso

Herinneringen van de podiummanager

Verteller: Fallback image Siebe Drieman

Het voormalige kerkgebouw van De Vrije Gemeente stond in 1968 op de nominatie om in 1974 gesloopt te worden om plaats te maken voor een hotel. Het ‘alternatieve’ idee om in het oude gebouw een muziektheater voor de bijna volwassen jeugd te vestigen werd op dat moment door velen gezien als een tot mislukking gedoemd experiment. Maar binnen een halfjaar was Paradiso tot een begrip geworden en viel het niet meer weg te denken – noch uit Amsterdam, noch uit Nederland. Oud-medewerker Siebe Drieman doet verslag van de voorgeschiedenis, de start en de begintijd van Paradiso.

Optreden van onbekende band, 30 oktober 1968 foto Eric Koch / Anefo, collectie Nationaal Archief

Optreden van onbekende band, 30 oktober 1968 foto Eric Koch / Anefo, collectie Nationaal Archief

Paradiso werd in 1968 opgericht door Ruud Tegelaar (1942), Willem de Ridder (1939) en Koos Zwart (1947-2014). Dit driemanschap had al eerder tezamen muziekavonden voor jongeren georganiseerd. Willem de Ridder en Koos Zwart waren respectievelijk oprichter en eindredacteur van het eerste Nederlandse undergroundweekblad Hitweek. Ruud Tegelaar werkte voor de stichting Jeugd en Muziek, waarvoor hij vanaf 1965 in Amsterdam in Felix Meritis aan de Keizersgracht muziekavonden organiseerde. Vanaf najaar 1967 deed hij dat samen met Willem de Ridder en Koos Zwart, onder de naam Provadya? Ik werkte ook mee aan die avonden. 

In maart 1968 werd het driemanschap in feite beloond voor alle eerdere acties en inzet, niet alleen van hun kant, maar ook van en door allerlei andere mensen. Deze acties beoogden het verkrijgen van de mogelijkheid om met steun van de gemeente Amsterdam in het voormalige kerkgebouw van De Vrije Gemeente een muziektheater voor de bijna volwassen jeugd op te richten. Hitweek was in grote mate hiervan steeds de spreekbuis geweest. Hierover werd door het driemanschap vanaf januari 1968 druk onderhandeld met de gemeente.

Huur opgezegd

Begin januari 1968 had Felix Meritis de huur van de daar gehuurde zaal opgezegd. Einde zaal betekende einde muziekavonden. Eind maart 1968 kregen de drie heren plotseling hun zin en werden zij voor een groot deel verantwoordelijk voor de gang van zaken in het voormalige kerkgebouw, dat enigszins opgeknapt werd en op hun instigatie vanaf dat moment Paradiso ging heten.

De eigenaar van het gebouw was de gemeente Amsterdam, die het inmiddels had aangekocht. Ruud Tegelaar was namens de nieuwe leiding de vertegenwoordiger in het bestuur van een door de gemeente in het leven geroepen stichting, die formeel verantwoordelijk voor de gang van zaken bleef. Deze stichting voegde van haar kant twee controlerende stafleden toe aan het genoemde driemanschap dat Paradiso ging leiden. In maart 1968 was de afspraak, dat in principe slechts één avond in de week georganiseerd werd in Paradiso.  

De initiatieven van de oprichters van Paradiso waren creatief en doeltreffend. Ze hadden hun eigen groep van medewerkers meegenomen. Het ging hierbij om het team dat eerder al onder hun leiding had samengewerkt in Felix Meritis, en dat toen dus deze avonden in Paradiso ging runnen. Ik was vóór het begin van Paradiso ongeveer twee jaar medewerker geweest van de avonden in Felix Meritis en maakte deel uit van dat team.

Eerste poster van  het Cosmisch Ontspanningscentrum Paradiso, ontwerp Willem de Ridder

Eerste poster van het Cosmisch Ontspanningscentrum Paradiso, ontwerp Willem de Ridder

De ambiance van de grote zaal in 1968

Het budget was beperkt. Probeersels met de kleine zaal mislukten, domweg omdat dat dit teveel extra mensen voor toezicht vereiste. Het eerste halfjaar was alleen de grote zaal toegankelijk voor publiek. Voor het publiek waren geen zit-, maar alleen staanplaatsen. 

Het toenmalige bijna twee meter hoge podium was vanaf de beide zijkanten eerst vrij kort vanaf de achtermuur, en liep vanaf deze beide korte zijkanten in de vorm van een trapezium een flink eind de zaal in. Vanuit de zaal gezien links, op de plaats waar het linker deel van het podium de zaal in begon te lopen, was een trap naar het podium aangebracht. Dit met het oog op de linker zijdeuren, die gebruikt werden voor de af- en aanvoer van het instrumentarium van de optredende groepen.

Op het hoge podium van Paradiso, 21 maart 1969. ANP scans collectie Nationaal Archief

Op het hoge podium van Paradiso, 21 maart 1969. ANP scans collectie Nationaal Archief

Vanaf de allereerste avond fungeerde ik in Paradiso als podiummanager. Een belangrijk element hiervan was de bewaking van de doorgang via het podium naar de onder de zaal gelegen kleedkamers. Door middel van een intercom was ik verbonden met regisseur en discjockey Willem de Ridder, die boven, op het halfronde middenpunt van het balkon zat.

De intercom van het podium was ingebracht op de bodem van een klein houten kastje, dat er uitzag als een schoenendoos, die aan de kant van de deksel open bleef. Het kastje was bevestigd aan een lange witte kabel, die ergens tegen de muur aan de achterkant van het podium verder ging.  Ik kon dus met de intercom heen en weer lopen op het podium en tegelijk communiceren met de regie. 

Het geluid in de grote zaal van Paradiso was toentertijd perfect. We beschikten over gloednieuwe lampenversterkers van topkwaliteit. Dergelijke apparatuur zou op dit moment een vermogen waard zijn. De akoestiek van de zaal bleek uitstekend. Behalve het geluid, dat de optredende groepen vanaf het podium voortbrachten, werd al het elektronisch versterkte geluid vanaf het balkon geregeld door Willem de Ridder. De balkons waren afgesloten voor het publiek. Het team van de lichtshow werkte vanaf de balkons.

 

Alle rechten voorbehouden

68 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe