Underground, maar nog geen softdrugs

Paradiso en Fantasio

In maart 1968 vonden de Amsterdam hippies een onderdak in het voormalige kerkgebouw van De Vrije Gemeente. De drie oprichters legden welbewust een relatie met de in die jaren uit Amerika overwaaiende hippie- en undergroundcultuur. Al spoedig bleek dit een goede keuze te zijn geweest. Siebe Drieman, die het eerste jaar als podiummanager werkte in Paradiso, doet verslag.

Paradiso podium en publiek (met stropdasjes)  – foto Rob Tegelaar in Hitweek, 5 april 1968

Paradiso podium en publiek (met stropdasjes) – foto Rob Tegelaar in Hitweek, 5 april 1968

Alle rechten voorbehouden

Toen Paradiso eind maart 1968 begon werd kort na de opening werden de ingang en de hal van het gebouw weliswaar in bonte kleuren beschilderd, maar het aanbrengen van de drie nationale kleuren over de gehele buitengevel was in 1968 nog ondenkbaar. Ook van de broeierige en met hasjgeuren doordrenkte sfeer, die in de beginjaren zeventig binnen Paradiso een (overigens ook weer tijdelijk) feit zou worden, was in 1968 absoluut nog geen sprake. Later pas zou Paradiso op dit punt een legendarische vrijplaats worden, maar zeker nog niet in 1968. De verandering van de tijdgeest ging eind jaren zestig ook in Nederland weliswaar snel, maar toch langzamer dan later vaak werd gedacht.

Stropdasjes 
Op foto’s van het publiek in de zaal van Paradiso is te zien dat meerdere mannelijke bezoekers in 1968 nog steeds een net overhemd met een keurige stropdas droegen – bepaald nog geen hippies dus!  De foto zijn gemaakt door fotograaf en Paradiso-medewerker Rob Tegelaar en gepubliceerd in Hitweek.  Een omslag in het Amsterdamse drugsbeleid was in 1968 nog niet aan de orde. Het beleid was op dat moment nog volkomen restrictief. Het in de jaren zeventig ingevoerde onderscheid tussen harddrugs en softdrugs (in feite waren deze laatste uitsluitend de relatief onschuldige cannabisproducten) werd in 1968 nog niet toegepast.

Ruud Tegelaar, Willem de Ridder en ook Koos Zwart (die zelf een propagandist was van de vrije verkoop van met name hasjiesj) waren er alle drie van doordrongen, dat de gang van zaken binnen het pas begonnen Paradiso onder nauwlettend toezicht van de gemeente stond. Dat is de reden dat in 1968 – óók binnen Paradiso – alle drugs, zonder enige uitzondering, streng verboden waren.

Kunstenaar Niels Hamel beschildert het loket van Paradiso, voorheen de Vrije Gemeente, 4-3-1968 <p><a rel="noopener noreferrer" href="http://proxy.handle.net/10648/6a2cba22-1ad9-102f-a76c-003048944028" target="_blank">Collectie Nationaal Archief </a></p>

Kunstenaar Niels Hamel beschildert het loket van Paradiso, voorheen de Vrije Gemeente, 4-3-1968

Collectie Nationaal Archief 

Alle rechten voorbehouden

Het einde van de beginperiode
De totale periode dat het organiseren van de avonden in Paradiso onder leiding van Willem de Ridder, Ruud Tegelaar en Koos Zwart voortduurde besloeg iets meer dan een half jaar. Op 12 oktober 1968 organiseerden zij hun laatste avond in Paradiso. In dit filmpje komen de oprichters Ruud Tegelaar en Koos Zwart aan het woord over Paradiso en Fantasio.

Eind maart 1968 was aan hen op hetzelfde moment dat Paradiso begon nog een tweede gebouw ter beschikking gesteld, waaraan zij de naam Fantasio hadden gegeven (gebouw Het Anker, Prins Hendrikkade 142). Het driemanschap besloot in oktober 1968 om hun activiteiten in Paradiso te beëindigen en zich in Fantasio terug te trekken. Willem de Ridder wilde op dat moment naar Amerika. Ruud Tegelaar wilde kennelijk naast zijn werk meer tijd over houden om zich met spiritualiteit en mystiek te kunnen bezighouden, waarover hij later een aantal opmerkelijke boeken heeft geschreven. Maar vooral waren er onophoudelijk botsingen met de beide toezichthoudende stafleden. Deze waren na dat eerste halfjaar goed op de hoogte van de gang van zaken en ingewerkt. Paradiso zou vervolgens onder hun leiding verder gaan. Wat mezelf betreft ben ik, toen Paradiso voor mij ophield, niet verder gegaan in Fantasio.

Louis Groen, die vanuit de gemeente Amsterdam was aangesteld als manager van Paradiso, 15 november 1969. Foto Bert Verhoeff / Anefo, Nationaal Archief

Louis Groen, die vanuit de gemeente Amsterdam was aangesteld als manager van Paradiso, 15 november 1969. Foto Bert Verhoeff / Anefo, Nationaal Archief

Alle rechten voorbehouden

Voor de toekomst van Paradiso bleek de inzet van de drie oprichters en hun medewerkers-groep geen verspilde energie te zijn geweest. De mogelijkheid voor een rendabele bedrijfsvoering was na dat eerste halfjaar onweerlegbaar aangetoond.  Paradiso was binnen korte tijd zeer populair geworden. Het pad was gebaand. De bakens waren uitgezet. Het was duidelijk dat Paradiso ook op lange termijn een toekomst zou hebben. Sloop van het (vooral ook van binnen) prachtige gebouw was ondenkbaar geworden. Terecht zou het gebouw later tot Rijksmonument worden verklaard.

Een goede historische documentatiebron voor de eerste Paradiso jaren zijn de Hitweek-nummers uit de jaren 1967 en 1968. Een gaaf en compleet archief met deze oude nummers bevindt zich in de bibliotheek van het Rijksmuseum te Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden

39 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe