Afscheid van de erevoorzitter Isaäc Gans!

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Oosteinde 12

Isaäc Gans was meer dan een erevoorzitter, hij was een echt betrokken Mensch!

Het In Memoriam nummer van Het maandblad van De Joodsche invalide van okt-dec. 1938. met op de voorpagina Isaäc Gans.

Het In Memoriam nummer van Het maandblad van De Joodsche invalide van okt-dec. 1938. met op de voorpagina Isaäc Gans.

 

Groot is dan de schok als Isaäc Gans op 22 november 1938 plotseling komt te overlijden. Alle activiteiten van de verenigingen worden voorlopig gestaakt. In het maandblad van ‘De Joodsche Invalide’ en in het NIW verschijnen, namens Mogein Dowied, dankbetuigingen aan ‘hun erevoorzitter’, hij die zoveel heeft betekend voor de vereniging. Van een geheel andere orde is het afscheid van Jozeph Overste, de penningmeester. Hij heeft een betrekking aanvaard als pedagogisch ambtenaar bij de Rudelsheim Stichting. Op de ouderavond van 26 oktober 1938 wordt stilgestaan bij zijn grote verdiensten voor de vereniging.

1939, een nieuw begin

Het jaar 1939 begint met een feestavond in het Rusthuis van Zuster Margaretha de Groot aan de Middenweg 195. Het is de vereniging Hassemeigiem Besjieriem die deze avond heeft georganiseerd. Hoewel in het verhaal minder van belang, blijkt in ieder geval dat de dirigent Plukker nog steeds actief is in de vereniging.

Op 1 februari 1939 is er een ouderavond die enerzijds in het teken zou staan van het overlijden van de erevoorzitter Isaäc Gans en anderzijds in het teken van het tweejarig bestaan van Mogein Dowied. Het jaarverslag is uitgebracht in een brochure. De tekst is voor een groot deel opgenomen in het NIW van 3 februari 1939. Isaäc Gans heeft nog wel meegewerkt aan dit verslag en er ook, in hoofdlijnen, kennis van genomen. Het verslag wordt door de zoon van Isaäc voorgelezen, de secretaris Mozes Heiman Gans. In het verslag roemt hij de betrokkenheid van zijn vader, maar wil er niet al te diep op ingaan. Dit zegt hij nog wel over zijn vader: “Plotseling overstelpt door de problemen van deze razende wereld, werd hij van ons weggerukt. In zijn laatste aantekeningen heb ik nog opmerkingen aangetroffen over „Mogein Dowied". Dit was zijn trots, dit was zijn geesteskind. Zijn hulp, zijn geestdriftig woord op onze bijeenkomsten zullen wij missen, doch “Mogein Dowied" zal zijn “Mogein Dowied" blijven. Wij weten, hoe hij het wilde en wij zullen daarnaar handelen.” (Bron: Joodsch Jeugdwerk. Mogein Dowied, blz. 11. Januari 1939. SAA inv.nr. 15030-159477)

Terug naar de inhoudsopgave

 

Alle rechten voorbehouden

3 keer bekeken