De betekenis en het belang van een Sperre (1)

Omdat Samuel Englander een sperre had, kregen zijn vrouw en kinderen ook een sperre.

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Nieuwe Keizersgracht
Kaart (1) van de Joodse Raad van Samuel Englander, bron: JHM.

Kaart (1) van de Joodse Raad van Samuel Englander, bron: JHM.

In een van zijn brieven aan de vrienden van Kunst en Strijd schrift hij over ‘een legitimatiebewijs’. Samuel had tot genoemde dag een zogenaamde Sperre. Een Sperre is een document dat tijdelijke vrijstelling van deportatie verschafte. Wie een Sperre had, werd nauwkeurig bijgehouden op de kaarten van de Joodse Raad. Zo ook van Samuel, zijn gezinsleden en huisgenoten.

Voorbeeld van een Sperre - stempel. Officieel zit er links het deel met de naam en de foto van de eigenaar. Deze afbeelding is uit de verzameling van Renë van Eunen Zie ook zijn website over Persoonsbewijzen.

Voorbeeld van een Sperre - stempel. Officieel zit er links het deel met de naam en de foto van de eigenaar. Deze afbeelding is uit de verzameling van Renë van Eunen Zie ook zijn website over Persoonsbewijzen.

Dat Samuel een Sperre blijkt uit zijn kaart van de Joodse Raad. Hij is werkzaam als ‘functionaris bij de Eeredienst NIHS’, Houtmarkt 1917. De Houtmarkt was eigenlijk het Jonas Daniël Meijerplein. Maar deze Joodse naam kon niet langer, na de gedwongen naamsverandering in 1942 op last van burgemeester Voûte. Volgens de kaart van de Joodse Raad was zijn vroegere werkkring: ‘Toonkunstenaar leeraar Spraak en Zang’. Als bijzonderheid wordt nog vermeld dat Samuel ‘orthodox’ is. Van zijn vrouw en kinderen zijn ook kaarten van de Joodse Raad bewaard. Op de kaart van Judith, de vrouw van Samuel, staat niet veel meer dan dat zij gesperrt is vanwege haar echtgenoot. De aantekening ‘orthodox’ ontbreekt.

Kaart van de Joodse Raad van Cato Englander, bron: JHM.

Kaart van de Joodse Raad van Cato Englander, bron: JHM.

Dochter Cato

Op de kaart van Cato staat dat zij dienster is bij de Joodse Invalide op het Weesperplein 1. Daar staat ook de afkorting JVVVV bij. Dit staat voor de Joodse Vereniging voor Verpleging en Verzorging. Deze vereniging was op last van de Duitse bezetter ‘in het leven geroepen’.

De Joodse Vereniging voor Verpleging en Verzorging. Bron: het Joodsche weekblad van 20-11-1942.

De Joodse Vereniging voor Verpleging en Verzorging. Bron: het Joodsche weekblad van 20-11-1942.

In het Duits is dit een ‘Wohlfahrtsverein’. De JVVVV werd opgericht op 4 november 1942: “….. met als taakomschrijving: ‘de duurzame verzorging van minderjarigen, ouden van dagen, invaliden; de verpleging en verzorging van zieken, alsmede het beheer van de bijeengevoegde Joodse instellingen voor verpleging en verzorging in Nederland’; driemaal dus het woord ‘verzorging’ (waarbij eenmaal zelfs ‘duurzaam’), tweemaal het woord ‘verpleging’.” (Bron: Presser, Ondergang, blz. 485)

Het hoofdkantoor van de vereniging zat in de Tolstraat 127-129, inderdaad het adres van de diamantslijperij van Asscher (op de 3e verdieping). Volgens Presser werd de JVVVV in de volksmond ook wel J.V.-4 genoemd. Op de kaart van Cato staat verder de datum 20 juli 1942. Mogelijk slaat dit op haar indiensttreding bij de Joodse Invalide. Eerder zou ze hebben gewerkt als kantoorbediende. Als ‘bijzonderheid’ krijgt zij net als haar vader de aantekening orthodox.

Terug naar de inhoudsopgave

Alle rechten voorbehouden

135 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe