Na de oorlog (4) herinneringen

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Nieuwe Keizersgracht
Groepsfoto van het koor der Grote Synagoge o.l.v. S.H. Englander, circa 1928  Staand (vlnr) David Peeper, David Duque, Nathan Gobets, Jo Rabbie, Jaap Alletrino, Meijer Nebig en Louis de Wit. Zittend (vlnr) Marcus Bonn, Michel Gobets, Sam Englander, Lou Nieweg, Louis Polak. Bron: JHM.

Groepsfoto van het koor der Grote Synagoge o.l.v. S.H. Englander, circa 1928 Staand (vlnr) David Peeper, David Duque, Nathan Gobets, Jo Rabbie, Jaap Alletrino, Meijer Nebig en Louis de Wit. Zittend (vlnr) Marcus Bonn, Michel Gobets, Sam Englander, Lou Nieweg, Louis Polak. Bron: JHM.

Het citaat uit het eerdere verhaal ( Na de oorlog 3) suggereert dat Maurits Hamburg ook in Westerbork is. Indien dit zo is, is ook voor hem het einde nabij. Maar niet het einde dat hij in gedachten had. Op 29 juni 1943 vertrekt hij met het zestiende transport naar Sobibor waar hij drie dagen later wordt vermoord. Bovenstaand citaat slaat op de poging om via de burgemeester van Amsterdam het gezin Englander op de Barneveld lijst te plaatsen. Mr. Spruyt was toen de secretaris van de burgemeester.

Dit typoscript is van na het eerste artikel van Leo Hoost (NIW, december 1975). Het  eerste artikel van Leo Hoost is in feite een korte biografische schets met een overzicht van de koren die Samuel heeft geleid. Maar interessant is ook een weergave van de manier waarop Samuel repeteerde met zijn synagogaal koor: “Samuel Englander repeteerde elke woensdagavond met zijn Synagogaal mannenkoor, dat bestond uit 3 eerste en 2 tweede tenoren, 3 bassen en 2 baritons, van acht uur tot halftien in een schoollokaal aan het J. D. Meijerplein. Er hoefde nooit een berisping te worden uitgedeeld wegens niet verschijnen van een der koorleden. ledereen was er altijd, men voelde zich als één vriendenkring.

De meesten konden geen muziek lezen, men onthield zijn partij via het voorzingen en voorspelen van Englander die zeer redelijk met de piano overweg kon. Samuel Englander was als koordirigent een streng perfectionist, maar ook een pedagoog die het desnoods klaarspeelde om in één repetitie zijn koor op peil te brengen voor een chazzan-proefdienst. Anderzijds werden voor een nieuw werk soms wel 8 tot 10 repetities besteed aan muzikale afwerking. Bovendien betekende elke koorrepetitie dat de leden van het synagogaal koor door hem stemtechnisch (ademhalingstechniek, stemkleur enzovoorts) uitstekend geschoold werden.

Hij had op zijn koorleden steeds een spontaan en graag aanvaard overwicht, hoewel hij als muzikaal geïnspireerd mens ook wel eens impulsief uit de hoek kon komen. Zo herinnert Louis Nieweg zich dat Englander plotseling de partij van een der zangers wegritste en op de grond liet vallen, toen deze medewerker onvoldoende op zijn aanwijzingen lette.” (Bron: het NIW van 19-12-1975)

Het Koor der Grote Synagoge, gefotografeerd op 26 april 1939. Bron: JHM.

Het Koor der Grote Synagoge, gefotografeerd op 26 april 1939. Bron: JHM.

Leo Hoost stelt dat Samuel met het koor van de Grote Synagoge gemiddeld zo’n 140 keer per jaar zijn medewerking verleende aan synagogale diensten en aan evenementen in niet-synagogaal verband in het hele land. Ik vermoed dat Leo Hoost ook de optredens met het Amsterdams Joodse Koor heeft meegerekend. De heren van de N.I.H.S. vonden het geen goed idee dat het synagogale koor ook op culturele- of liefdadigheidsbijeenkomsten optrad. Daarom, dat is althans mijn mening, is het Amsterdams Joodse Koor in het leven geroepen. De leden van het ene koor zongen overigens ook in het andere koor. Met uitzondering van Machiel (roepnaam: Michel) Gobets overigens. Die werd vanwege zijn solo optredens op zaterdag, op de sjabbat, uit het koor van de Grote Synagoge geweerd. Dat was de officiële reden, mogelijk speelde ook mee dat hij als getrouwd man ook nog een zijrelatie had waar hij mee samenwoonde en kinderen bij had.

De namen van de andere koorleden die Leo Hoost noemt zijn: Nathan Gobets sr., Marc Bon, Nebig, Louis Polak, David Duque, Jo Rabbie, Lou Nieweg en Bernard de Wit, met als ‘af-en-toe medezanger’ Jacques (Giacomo) Aletrino. Van twee namen geeft Leo Hoost geen voornamen. Bij Duque gaat het mogelijk om Simon D(avid) Duque. In ieder geval was er al in 1921 sprake van een koorlid S. Duque. Simon Duque wordt in 1923 benoemd tot voorlezer bij de Portugees – Israëlitische Gemeente. Bij Nebig gaat het om Meijer Nebig.

Terug naar de inhoudsopgave

Alle rechten voorbehouden

94 keer bekeken