Grote verhalen en goedmoedig flirten

Tabakszaak Steenbergen in de Jordaan

Jordaan

Hij wilde iets met kinderen doen, het werd iets met sigaretten. En dat terwijl hij zelf niet of nauwelijks rookt. "Hoe vaak ik dat wel niet te horen krijg. Ter verdediging voer ik altijd maar aan dat mijn vrouw wel rookt."

Max Steenbergen in zijn winkel Foto: Peter Schrijnders, Het Parool, oktober 2010.

Max Steenbergen in zijn winkel Foto: Peter Schrijnders, Het Parool, oktober 2010. Door: Anika van de Water

Alle rechten voorbehouden

Max Steenbergen (1964), een jongen uit de Spaarndammerbuurt, deed mbo kinderverzorging en werd kleuterleider. "Ontzettend leuk, maar geen droog brood mee te verdienen." Tijdens zijn studietijd werkte hij al vaak samen met zijn vriendin, die later zijn vrouw zou worden 's zaterdags in de tabakszaak in de Tweede Goudsbloemdwarsstraat van zijn oom Fred Bosse.

"Er is niet veel veranderd. Zijn zaak was vooral bruin, maar het assortiment, rookwaren, tijdschriften, de loterij, dat was er allemaal al toen ik er begin jaren tachtig kwam. Maar het gokken ging met doordrukvelletjes en een kassa was er niet, voor het geld hadden we een laatje."

Bosse was groenteman in dezelfde straat (de winkel is er nog) en huurde in 1980 daar vlak naast een leeg pand voorheen aardappelhandel waar hij die tabakszaak begon. Max: "Groente is zwaar werk, in deze branche houd je je handen schoon."

In 1988 nam Max de zaak van zijn oom over. "Voor veel te veel geld, zakenman ben ik nooit geweest." Attractie: de Jordaan. Zijn buurt, en het zal best dat die verandert, maar "de baaien rok was toen al verdwenen en nieuwe Jordanezen zijn ook Jordanezen." Hij koestert ze. "Vijfennegentig procent van mijn klanten ken ik." Veel mannen die praatjes komen maken. Favoriete onderwerpen: Ajax, politiek en dat de buurt de buurt niet meer is. 'Oploopjes' in de winkel, Max vindt het heerlijk. "Grote verhalen, veel lachen. Elkaar in de maling nemen."

Met de vrouwen zit het wat anders, met hen is het 'goedmoedig flirten'. Als een dame een lot koopt, brandt hij meteen maar los: "Als je die ton wint, waar gaan we dan samen heen?" En bij Surinaamse dames suggereert hij zelf de bestemming wel: Langetabbetje. "Dat vinden ze leuk, dat je die naam kent."

"Het zal 1996 zijn geweest dat hier de honderdduizend viel. "Je krijgt dan meteen bericht van de Staatsloterij, promotiemateriaal en zo, en een beeldje. Maar ik had geen idee wie het was. Het gonsde, en na een week of twee praatte de vrouw van de winnaar haar mond voorbij. Niet lang daarna zag ik hem in de winkel, ik wachtte tot andere klanten weg waren, wilde hem niet in verlegenheid brengen en feliciteerde hem. "Het kwam me toevallig goed uit," zegt die knakker. En ik: "Zoiets komt meestal toevallig wel uit." Dat is het enige dat we erover gezegd hebben, nooit meer over gepraat. Gek hè. Als Tante Mien uit de Driehoekstraat vijftien euro wint, komt ze meteen met een appelpunt aan."

Het bevalt hem er wel. Hij zit niet voor niets al 'meer dan twintig jaar in die loopgraaf hier'. De buurt is "een stamboom, van boven vallen ze eraf en van onder komen ze erbij", en iedere keer stuurt hij maar weer een kaartje. De zaken gaan helemaal niet slecht, slagerij Louman tegenover hem is een magneet, volk genoeg. Hij heeft sigarettenmerken zien verdwijnen Three Castles, Miss Blanche, Senior Service en maakte de opkomst mee van Marlboro en de goedkopere sigaretten. Het is merkwaardige handel, van sommige merken krijgt hij een bonus per sigaret, in de orde van 0,00001 cent. "Toch weer een paar honderd euro aan het eind van het jaar." 

En wat doet hij als hij een kind een rol drop ziet jatten? "Ik laat ze hun boodschap afmaken en zeg dat ik die drop wel met hun moeder afreken. Dat rolletje komt dan erg snel boven water."

 Dit artikel is onderdeel van een serie over Amsterdamse buurtwinkels die eind 2010 in Het Parool verscheen.

Alle rechten voorbehouden

649 keer bekeken