De brief aan Victor Schlesinger (3)

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Groepsfoto van het koor der Grote Synagoge o.l.v. S.H. Englander, circa 1928  Staand (vlnr) David Peeper, David Duque, Nathan Gobets, Jo Rabbie, Jaap Alletrino, Meijer Nebig en Louis de Wit. Zittend (vlnr) Marcus Bonn, Michel Gobets, Sam Englander, Lou Nieweg, Louis Polak.

Groepsfoto van het koor der Grote Synagoge o.l.v. S.H. Englander, circa 1928 Staand (vlnr) David Peeper, David Duque, Nathan Gobets, Jo Rabbie, Jaap Alletrino, Meijer Nebig en Louis de Wit. Zittend (vlnr) Marcus Bonn, Michel Gobets, Sam Englander, Lou Nieweg, Louis Polak.

Sam gaat daarna door aan het grote geschenk dat hij van Victor Schlesinger heeft gekregen. In eerste instantie lijkt het ‘iets materieels’ te zijn. Doorlezend komen dan de twijfels en lijkt hij vooral te wijzen op zijn eerste muzieklessen die hij van hem heeft mogen ontvangen in het verleden. Zanglessen zijn het vooral geweest, want Victor Schlesinger is toch vooral voorzanger. Maar zou schrijft Sam, dan toch wel een voorzanger van het allergrootste formaat. Maar hij geeft aan dat Schlesinger meer is voor hem. Hij noemt hem: ‘….. mijn leraar, mijn Rebbe, mijn opvoeder en hij die mij ook de liefde voor het vak dirigeren heeft bijgebracht’. Vervolgens: ‘… hem ben ik dank verschuldigd – en ik niet alleen, maar allen welke van mijn werken en leiding profiteeren’. Zo weet hij een compliment aan zijn ‘leraar’ ook weer te gebruiken om zichzelf een waarderend schouderklopje te geven.

Hij is erg blij met complimenten, dat is inmiddels wel duidelijk. Dat blijkt ook als hij de ‘Groote Jacob’ aanhaalt (hij bedoelt de chazan Jacob Goldstein). Deze heeft de genoemde radio uitzending ook gehoord en hem een uitgebreide brief heeft geschreven. Hij schrijft, in het Jiddisch, dat het lang geleden is dat hij zo heeft genoten: ‘Mit Trenen in die oigen bin ich jezt zitzen geblieben’. Hij spreekt ook de wens uit om met ‘…. noch amahl mit Sie so grossen kunstler zusammen arbeiten’.

Daarna maakt hij de vergelijking met het koor dat zij in Londen hebben. Het gaat om een koor van maar liefst 50 ‘chazoniem’ en staat onder leiding van Olman. Maar kijk eens wat een koor van 10 man vermag (het koor van Sam). Jacob Goldstein die hij hier dus aanhaalt is oorspronkelijk uit Warschau waar hij opgroeide in een chassidische familie. Zonder dat zijn ouders het weten studeert hij aan hij Chopin Conservatorium. Hij wordt dan al geroemd om zijn stem en wordt uitgenodigd om in de Opera van Warschau te zingen. Maar zijn band met zijn chassidische achtergrond is sterker en hij kiest voor een loopbaan als Cantor (Voorzanger). Na enkele jaren wordt hij benoemd in Vilnius bij het Koor van de Synagoge. Hij groeit uit tot een groot cantor maar door het toenemende antisemitisme verlaat hij Vilnius in 1933 en verhuisd hij naar Engeland. Verbonden aan de Nieuwe Synagoge in Londen groeit hij uit tot een zeer gerespecteerde en bewonderde cantor.

Deze Jacob Goldstein schrijft een lovend artikel in de krant ‘Die Zeit’ van 4 juni 1939. Sam is daar blij mee en vraagt aan Victor Schlesinger of er misschien in Engeland nog meer artikeltjes over hem en zijn koor zijn verschenen. Hij noemt als voorbeeld ‘The Jewish Chronicle’ en ‘The Manchester Guardian’. Zelf heeft hij hen ook een artikeltje toegestuurd, in het Engels nog wel, en hij vraagt zich af of het gepubliceerd is. Hij verzoekt Schlesinger, bedelt bijna, of deze eens wil kijken of het gepubliceerd is: ‘…. en krijg ik dit dan’.

Terug naar de inhoudsopgave

Alle rechten voorbehouden

72 keer bekeken