Plateelfabriek De Distel (56)

Het bakproces en de oven

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Valckenierstraat
Bouwtekening van de verbouwing Valckenierstraat (Nieuwe Lijnbaansgracht) 83 – 87 uit het jaar 1898. Bron: Archief van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht: bouwtekeningen, SAA.

Bouwtekening van de verbouwing Valckenierstraat (Nieuwe Lijnbaansgracht) 83 – 87 uit het jaar 1898. Bron: Archief van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht: bouwtekeningen, SAA.

Tijdens de bezoeken aan de plateelbakkerij De Distel wordt zo nu en dan gerefereerd aan ‘de oven’. De oven is essentieel in het gehele productieproces en moet met veel zorg worden ‘behandeld’. Dat blijkt ondermeer uit het verhaal van Emanuel van Praag, hoewel wat krom door de journalist verwoord. Emanuel vertelde: “Het is een hele grote oven, als die volgeladen is met vuurvast steen, wordt de opening dichtgemetseld en dan komt er een glaasje voor met een pijl, een pilaartje, als dat pilaartje gaat zakken, dan is het goed, maar als de ovenist vergeet te kijken krijgt de oven oververhitting en dan gaat het glazuur kapot. …. De ovenist moet steeds in het glaasje kijken. Het werd op kolen gestookt. Als jongen ging je wel eens een dutje doen in de oven.” 

Dat het een forse oven was, blijkt wel uit de bouwtekening van 1898 (zie afbeelding). Hoewel de grootte niet goed te bepalen is, zie je links boven dat er flink wat funderingspalen de grond in moesten.

Volgens Thorn Prikker had de oven een doorsnede van wel drie meter (zie verhaal 54). Hij geeft aan dat er een mica kijkgaatje was: “Door een plaatje mica kan men den vuurgloed waarnemen, die de klei haar hardheid en het glazuur zijn glans verschaft. En door diezelfde opening houdt men het oog op de “Segerkegeltjes", een apparaat, uitgevonden door den Duitscher Seger, met behulp waarvan men beoordeelt of de temperatuur in den oven de vereischte hoogte bereikte. Het bestaat uit drie kegels, in welker grondstof platina in verschillende hoeveelheden versmolten is en die in een stukje klei worden vastgezet. Al naar gelang de hitte in den oven stijgt, buigen de tegeltjes om, en waarschuwen aldus den bewaker van den oven, dat de tijd van blusschen nadert. Is alles afgekoeld dan kan men een rijken oogst van de kostelijke – gelukkig niet al te kostbare –  waar uit den oven halen, althans wanneer men geen ongelukkigen dag had, en niet hier een stukje zonder glazuur bleef, daar een vuiltje vast werd gebakken of meer dan redelijkerwijs verwacht kan worden, werd gebroken.”

De door Thorns Prikker genoemde Segerkegeltjes zijn vermoedelijk de door Emanuel van Praag beschreven ‘pilaartjes’. De Segerkegels (afkorting SK, in het Nederlands ook “pyrometrische kegels” genoemd en “Cones” in het Engels) zijn uitgevonden door Duitse chemicus Hermann Seger (1839–1893) aan het einde van de 19e eeuw. Hij ontwikkelde een systeem om nauwkeurig de stooksnelheid en temperatuur van keramiek te kunnen bepalen. Hij maakte kegels van keramisch materiaal die bij een bepaalde temperatuur en tijdsduur ombuigen. Bron: dfb-keramiek.nl/

Terug naar de inhoudsopgave

OF NAAR: Verhaal 57

 

Alle rechten voorbehouden

14 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe