Plateelfabriek De Distel (57)

Arbeid en arbeidsomstandigheden

Verteller: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Auteur: IMG_1170.jpg Frits Slicht
Valckenierstraat
Bekwame vazenschilders gezocht voor De Distel, bron: Haagsche Courant van 12 augustus 1908

Bekwame vazenschilders gezocht voor De Distel, bron: Haagsche Courant van 12 augustus 1908

Om direct maar met het minder positieve te beginnen, er is maar heel weinig bekend over het ‘lagere personeel’ en hoe zij werden tewerkgesteld. Zelfs over het aantal mensen dat er gewerkt heeft, valt weinig met zekerheid te zeggen. Getallen die genoemd worden liggen tussen de veertig en zestig. Dan hebben we het over dé arbeiders, de jonge mannen én meisjes en de wat oudere personeelsleden. De getallen die worden genoemd zijn eigenlijk altijd exclusie de eventueel nog aanwezige en werkzame ontwerpers. Als we al geen zekerheid hebben over het aantal arbeiders, of arbeidsplaatsen, over de namen is al helemaal weinig bekend. Eigenlijk is van één persoon echt duidelijk dat hij daar als kleine jongen is begonnen en zelfs tot in 1923 gewerkt heeft bij De Distel. Dan hebben we het over Meijer Smeer. Wat zijn eerste werkzaamheden waren, valt niet met zekerheid te zeggen. Misschien kwam hij daar in opleiding tot plateelschilder? Voor meer informatie, ga naar de verhalen 39 + 40 voor Meijer Smeer.

Hoewel in het begin advertenties werden geplaatst met de oproep aan jongens en meisjes om een opleiding tot ‘porcelein schilder’ te volgen, volgde later ook advertenties waar gezocht werd naar ‘bekwamen vazenschilders’. Naast de functie van schilder waren er ook de kleiwerkers de draaiers en de gipswerkers die de modellen maakten waarin de vloeibare klei werd gegoten. De schilders worden in het eerder aangehaalde boek ‘Industrieel Nederland’ ware kunstenaars genoemd. Na de schilders komen, hoewel niet apart genoemd, de glazuurwerkers en de ovenisten in actie. De ovenist bedient de oven (zoek niet via google, dan kom je uit bij het crematorium!).

Waren het hier de advertenties, voor de ontwerpers als Bottema struinde hij langs de kunstacademie en vergelijkbare opleidingen om daar jonge en mogelijk talentvolle jongelui uit de banken te plukken. Deze nieuw geworven studenten vormden weer een mooi netwerk om andere binnen te halen. Zo bijvoorbeeld ook bij Tjeerd Bottema die door zijn broer Tjerk werd attent gemaakt op het werk bij De Distel. Wat zeker ook hielp, is dat Lob jurylid werd bij de verschillende keramiek tentoonstellingen. Vanuit deze functie leerde hij dat bekwame werkgevers ook bekwame personeelsleden in dienst moest nemen. In de jaren tussen 1903 en 1910 groeide het aantal werknemers tot ongeveer zestig personen. Van deze zestig werkte er zo’n veertig in de afdeling decoratie en zo’n twintig in de tegelafdeling.  

 De werkomstandigheden in de fabriek waren voor die tijd niet slecht. Niet slecht in de zin dat de ruimtes waarin werd gewerkt goed verlicht waren en voorzien van een degelijke ventilatie. Ook de ruimtes waarin gewerkt moest worden, moesten van een redelijke omvang zijn. Dit was mede mogelijk gemaakt door de verbouwingen aan het eind van de 19e eeuw. Toen de groei doorzette, kwam er in 1905 zelfs een tweede verdieping.   

Terug naar de inhoudsopgave

OF NAAR: Verhaal 58

Alle rechten voorbehouden

16 keer bekeken

Geen reacties

Voeg je reactie toe