De Wereldtentoonstelling van 1910 was in zeker zin een doorbraak voor Bert Nienhuis. In ‘zekere zin’, aangezien zijn naam en die van De Distel al een zekere status hadden. Een status die door de inzet van haar directeur – eigenaar tot stand is gebracht. Of zoals ‘De Kunst’ schrijft: “….. de heer J. M. Lob, heeft jarenlang zijn werkkracht (en zijn kapitaal) eraan gegeven om ze een reputatie en ... levensvatbaarheid te geven, wat hij, met medewerking van zijn artistiek-adviseur Bert Nienhuis, dank zij zijn onvermoeid pogen, heeft bereikt. Het werk van „De Distel" wordt algemeen gewaardeerd, — is ook in het buitenland meermalen met de hoogste onderscheidingen bekroond”. Bron: De Kunst, jrg 3, 1910, no 164, 18-03-1911
In het tijdschrift Onze Kunst vanaf blz. 86 ook veel aandacht voor een heel ander aspect van het werk van Bert Nienhuis. Onder de titel: EEN WOORDJE BIJ EENIGE BIJOUX VAN BERT NIENHUIS wordt meer dan uitgebreid verhaald over dienst ontwerpen. Ontwerpen die overigens door een heel andere firma werden vervaardigd. Het gaat om de Firma Hoeker en Zoon (edelsmeden, Herengracht 439) uit Amsterdam.
OF NAAR: Verhaal 70