In het jaar 1918 is er een grote Kunstnijverheidsbeurs te Rotterdam. De recensent N.H. Wolf van De Kunst schrijft het volgende over het werk van De Distel. Hij is ment name positief over: “… de drie dekorateurs – ontwerpers, die voor de Amsterdamsche fabriek De Distel werken : Leon Cachet, Bert Nienhuis en W. H. van Norden. Nienhuis' schalen en vazen trekken steeds de aandacht door de eigenheid van het motief en de herhalende variaties die de kunstenaar ermede weet te fantazeeren. Van Norden eveneens is zeer persoonlijk in zijne ontwerpen. En met de nieuwe procédétechniek van De Distel weet hij, zoo goed als Leon Cachet, verrassende effekten te bereiken, vooral in lichte tinten van geel, groen en blauw, op porceleinig glazuur over witte paté. Juist dezer dagen zag ik eene collectie aardewerk van ,,De Distel" in ‘De Bijenkorf’ geëxposeerd. Tusschen Karlsruhe en Zwitsersch aardewerk maakte het een voordeeligen indruk: het Amsterdamsche werk was veel fijner van kleur en van dekor!” Bron: De kunst; een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad jrg 10, 1917/1918, no 538, 18-05-1918. Een en ander werd georganiseerd in het Academiegebouw aan de Coolvest ( www.joodserfgoedrotterdam.nl/coolsingel-coolvest ). Leon Cachet is natuurlijk Lion Cachet.
In het jaar 1920 is er een rechtszaak geweest naar aanleiding van het ontslag van een zeker E. van Kleef (v) door De Distel. Het gaat niet zozeer om het ontslag als wel om het feit dat deze Van Kleef recht dacht te hebben op een uitkering uit de werklozenkas van de Ned. Ver. van Glas- en Aardewerkers. Zij beweerde te zijn ontslagen vanwege een arbeidsconflict. Maar op navraag bij de werkgever blijkt het te gaan om het meerdere malen te laat komen op het werk. Niet alleen het te laat komen was een punt, ook het feit dat zij soms een hele dag wegbleef. Zij wordt in het ongelijk gesteld en moet het uitgekeerde bedrag terugstorten in de werklozenkas. Bron: Ned. Staatscourant van 28 juli 1920.
OF NAAR: Verhaal 75